Zo wordt je kind veerkrachtig

Prof. Ann Masten van de universiteit van Minnesota bestudeert al jaren veerkracht bij kinderen. Zij doet dit door kinderen overal ter wereld bij te staan op momenten dat zij het moeilijk hebben (veelal na heftige gebeurtenissen). Zij ontdekte daardoor dat er factoren zijn die er voor zorgen dat kinderen sneller herstellen, weerbaar maken en wat dagelijks hun veerkracht vergroot.

Ook jij kunt die beschermende factoren stimuleren bij je kind(eren). De factoren hebben zich verdeeld over diverse eigenschappen: het denkvermogen, probleemoplossend vermogen en zelfregulerend vermogen. Omdat Ann ervan uit gaat dat veerkracht niet is aangeboren, maar kinderen wordt aangereikt, is het natuurlijk handig om te weten door wie/wat en wat jij als ouder kunt doen om je kind erbij te helpen.

De verschillende systemen die een kind veerkracht kunnen aanreiken, noemt Ann “dagelijkse magie”. Zij doelt daarmee op het volgende: de meest beschermende factoren zitten in het dagelijks leven van je kind. De basis voorwaarden voor het creëren van een veerkrachtig kind zijn:
– betrouwbare en liefdevolle (betrokken) ouders/ verzorgers en docenten
– een gezonde verstandhouding met de directe omgeving (tijd samen, tijd alleen, tijd met derden in balans)
– aanmoediging van directe omgeving om aandacht te besteden aan probleemoplossend – en zelfregulerend vermogen.

Hoe zien die basisvoorwaarden er in het dagelijks leven uit?

  • Neem de tijd voor je kind; wees geïnteresseerd (doe geen zaken af als ‘kinderlijk’, maar geef oprechte aandacht),
  • Motiveer een kind om zelf oplossingen aan te dragen (help het niet te snel; even laten stoeien met een dilemma/ vraagstuk is niet erg),
  • Geef het kind de tijd > wissel tijd met het gezin, tijd met een enkele ouder, tijd bij eigen vriendjes/ vrienden van papa en mama af met tijd alleen.

En om alle input te verwerken heeft een kind letterlijk ‘verwerkingstijd’ nodig, en niet alleen tijdens het slapen.

Vind je het lastig om betrokken vragen aan je kind te stellen? Hierbij meteen enkele voorbeelden, je zult (positief) verrast worden door de antwoorden die je kind(eren) je geeft.
1) Wat was je favoriete gedeelte van de dag?
2) Wat kunnen we doen om iemand blij te maken?
3) Wanneer ben jij het allerblijst?
4) Wat ga je er aan doen? (als je kind bij je komt met een probleem)
5) Wat heb je als heel fijn/ bijzonder ervaren vandaag?
6) Wat voelde je daarbij/ waar moest je toen aan denken? (als er iets gebeurd is)
7) Is er iets wat we er van kunnen leren? (vervolg op 4 of 6)
8) Heeft het probleem ook een goede kant? (als afsluiting op 4, 6 en 7)

Bronvermelding: Artikel 1, Artikel 2