Ongewenst gedrag komt door angst

Kan het zijn dat angsten zich manifesteren als ongewenst, opstandig en brutaal gedrag? Dat een angst voor schaamte, afwijzing, mislukking door kinderen geuit wordt in ‘onverklaarbare’ woedeaanvallen? Enkele onderzoekers denken van wel..

 

Ongewenst gedrag

Dat jongetje van 8 dat in de klas last heeft van een klasgenootje, hem een por verkoopt, wat van kwaad tot erger gaat totdat de leerkracht ingrijpt en het manneke he-le-maal losgaat? Dat dit zo regelmatig voorkomt dat het jongetje bekend komt te staan als “licht ontvlambaar” en “die met dat korte lontje”? Lastig, ongewenst, onvoorspelbaar gedrag. We zijn dan snel geneigd om zijn gedrag te verklaren met een label ‘gedragsprobleem’ en hem ook zodanig te begeleiden. Maar wat als er iets heel anders aan de hand is?

 

Angsten

Kinderen staan open, kinderen worden blootgesteld aan van alles en nog wat. Maar soms ontbreken stukjes cruciale informatie of toelichting. Ja, een kind is heel creatief van zichzelf en zal alles wat het in zich opneemt interpreteren naar zijn/ haar beste kunnen. Enkel heeft het geen overzicht in hoe voorvallen, informatie en andere zaken zich verhouden tot het grotere geheel. Dat is zelfs voor ons als volwassenen soms al onmogelijk te vatten en volledig transparant in te schatten. Wij als volwassenen hebben grotendeels leren omgaan met onze angsten. We hebben geleerd de angsten te neutraliseren; we weten dat het niet echt is, we weten dat het bijna niet voorkomt, we weten dat ons hoofd ons soms gek maakt enzovoort. Alleen kinderen hebben dat nog niet… Voor hen is angst reëel en alles wat onduidelijk (interpreteerbaar) is, kan worden gekoppeld aan een angst.

 

Vluchten of vechten

Ons oeroude reptielenbrein zorgt ervoor dat als we angstig worden, we op scherp gezet worden. Er resteren maar drie mogelijkheden; vluchten, vechten of bevriezen. Een van die drie mogelijkheden hebben we onszelf aangemeten als ‘beste strategie’, zodat we steeds geneigd zijn in een angstige situatie voor dezelfde strategie te kiezen. Stel nu dat we het kind wat ongewenst gedrag vertoont eens bekijken met de classificatie van angst in ons achterhoofd in plaats van met ongewenst gedrag…?

 

Wat kun je doen voor een angstig kind

  1. Leer kinderen omgaan met wat de angst aanzet. Verwijder niet de angst, maar leer het kind de angst te beheersen. Is het kind bang voor afwijzing? Leer het dat iets “onaardigs” zeggen (feedback krijgen, onhandig grapje) niet betekent dat iemand je niet aardig vindt.
  2. Vermijd de angst niet, dat wakkert de angst veelal enkel meer aan. Help het kind de angst te trotseren. Dus niet meteen mee lopen als het kind niet verder durft; toon begrip, stel gerust en moedig het vervolgens aan toch die stap te nemen, alleen.
  3. Beloven dat iets wel mee zal vallen, is heel aantrekkelijk. Maar lang niet altijd handig. Wat als het nou wel tegenvalt? Dus help je kind met verwachtingsmanagement. Wees realistisch in potentiële scenario’s en neem deze door met het kind.
  4. Geruststellen (je hartkracht gebruiken en die van het kind aanzetten) zonder de angst niet serieus te nemen. Dit kun je doen door het stellen van open vragen over hoe het kind iets beleeft. Vermijd dus suggestieve (invullende) vragen, die bekrachtigen het kind in de angst. En dat willen we juist voorkomen.
  5. Timemanagement. Als een kind faalangstig is en je begint een week van te voren al over die belangrijke toets waar ze wel zenuwachtig voor zal zijn, dan wordt gedurende die week die zenuwachtigheid zowat een zenuwinzinking. Houd de tijd voor de fysiek aanwezige angst zo kort mogelijk. Dit geldt ook voor een afspraak bij de tandarts; in de wachtkamer is vroeg genoeg om te vragen hoe het gaat.
  6. Wees bewust van je eigen gedrag tijdens een nieuwe situatie waarin eerder angst van het kind opspeelde. Had je kind een onhandige ontmoeting met een hond, man met een gleufhoed, surfplank, bij, zwembad of een wandeltocht? Moedig je kind aan zonder angst het aan te gaan en wees je bewust van je eigen communicatie, zowel verbaal (ook je tone-of-voice) als non-verbaal.