Broertjes en zusjes van…

Broers en zussen van kinderen met een ziekte (chronische ziekte, een beperking, psychische stoornis of verslaving e.d.) zijn heel gewone kinderen die op jonge leeftijd geconfronteerd worden met een zware beproeving van een gezinslid en daardoor voor bepaalde uitdagingen kunnen komen te staan; ze groeien op onder speciale omstandigheden.  Hoe een brus (samenvoeging van broer – zus) omgaat met de situatie binnen het gezin en reageert op de situatie thuis, verschilt veel en is afhankelijk van diverse factoren:

1) De ernst van de ziekte of handicap: is er sprake van een stabiel ziektebeeld of zijn er steeds opnieuw spannende momenten? Is er duidelijkheid over de ziekte of handicap, of niet?
2) De samenstelling van het gezin: is het voor elk kind mogelijk zich op zijn/ haar niveau te profileren?
3) De leeftijd van een kind: jongeren geven andere reacties dan jonge kinderen
4) De factoren van(uit) de omgeving: heeft het gezin een sociaal vangnet van familie, vrienden, buren, collega’s enz? Heeft het kind iemand met wie het kan praten buiten zijn eigen gezin?
5) De ‘understanding’ binnen het gezin: Is er aandacht en begrip voor de bijzondere positie van broer(tje)s en/ of zus(jes)sen?

  • Brussen kunnen, meer dan andere kinderen, te maken krijgen met heftige emoties zoals verdriet, angst, boosheid, onzekerheid, schaamte- en schuldgevoelens.
  • Het kan de brus een goed gevoel geven om te helpen, de brus leert verantwoordelijkheid te nemen en is vaak zelfstandiger dan leeftijdsgenoten.
  • Sommige broers en zussen krijgen al heel jong (te) veel taken en verantwoordelijkheden zoals: huishoudelijk taken, oppassen op jongere broertjes en zusjes, zorgen voor hun bijzondere broer of zus en emotionele steun geven aan gezinsleden.
  • Vaak houden brussen hun problemen en zorgen voor zich, omdat zij hun ouders niet willen belasten. Hierdoor kunnen problemen bij de brus ontstaan.
  • De tegenstrijdigheid van gevoelens over de broer of zus kan erg verwarrend zijn.
  • Het ‘normale leven’ wordt soms verstoord. Vriendjes kunnen niet (meer) komen spelen of feestdagen verlopen onverwachts anders.
  • Brussen kunnen zelf zorg of aandacht tekort komen doordat de broer of zus veel begeleiding nodig heeft en aandacht vraagt binnen het gezin.
  • De situatie en eventuele veranderingen in het gezin kunnen veel spanning en zorgen opleveren.
  • Een aantal gezinnen raakt contacten met de omgeving kwijt, waardoor er minder beroep kan worden gedaan op sociale steun.

Advies voor ouders/verzorgers

  • Geef de brus het gevoel dat ook hij of zij op de eerste plaats staat.
  • Geef de brus ruimte om zijn of haar gevoelens te uiten en stimuleer dit. Probeer voor deze gevoelens begrip te hebben, ook voor de negatieve emoties. Erover praten doorbreekt het ‘taboe’ op negatief beladen emoties. Door erover te praten en uitleg te geven, bied je een uitlaatklep. Dit kan voor de brus opluchting geven en ruimte creëren voor meer begrip voor de broer of zus met de beperking of stoornis.
  • Het kan helpen om als ouder openlijk over eigen gevoelens te spreken, dit nodigt het kind uit om dit ook te doen. Je kunt het kind zijn of haar gevoelens ook laten opschrijven en hier later op terugkomen.
  • Zorg ervoor dat de brus tenminste één vertrouwenspersoon heeft die goed op de hoogte is van de situatie, zoals de eigen ouder, een oom of tante, de leerkracht of een ouder van een vriend of vriendin.
  • Geef de brus geregeld een complimentje: zo werk je aan een positief zelfbeeld.
  • Schep mogelijkheden om als ouders samen met de brus leuke dingen te doen. Brussen hebben afleiding en leuke dingen voor zichzelf heel hard nodig. Gun daarnaast ook de brus zijn eigen tijd en ruimte.
  • Blijf gelegenheden creëren voor gezinsrituelen, zoals feesten, uitjes en vakanties.
  • Erken dat brussen stressperiodes kennen. Bijvoorbeeld als de broer of zus naar het ziekenhuis moet. Door dit te benoemen en te verwoorden, krijgt de brus hier erkenning voor. Als ouder kun je er proberen op te letten dat de brus tijdens een stressvolle periode opgevangen wordt.
  • Probeer je in te leven in de situatie van de brus. Vertel aan de brus dat hij of zij ervaringen heeft die je als ouder niet hebt. Je kunt aangeven dat je graag zou willen begrijpen hoe het is om een broer of zus te hebben met een chronische ziekte, beperking, psychische stoornis of verslaving en stel de brus hier concrete vragen over.
  • Geef de brus het gevoel dat hij of zij net zo belangrijk voor je is als de bijzondere broer of zus.
  • Zet de dagelijkse routine zo goed als mogelijk door, zoals op tijd naar bed gaan en gewoon naar de sportclub gaan.
  • Zorg dat de brus ook op andere plekken kan praten en steun kan vinden als het thuis even niet lukt.
  • Geef de brus toestemming om zich te uiten tegen derden over zijn of haar situatie. Anders kunnen ze het gevoel hebben ‘verraad te plegen’.
  • Nodig vriendjes van de brus uit: het is belangrijk om dit aan te moedigen, want de brus kan zich bijvoorbeeld schamen of zich bezwaard voelen om iemand uit te nodigen.

Verwachtingen en verantwoordelijkheid:

  • Verwacht niet teveel van je kind in de omgang met de broer of zus. Je kind kan niet altijd rekening houden met de broer of zus. De brus kan daar, net als iedereen, wel eens geen zin in hebben. Probeer hier als ouder begrip voor te hebben. Spreek een kind niet te veel aan op zijn schuldgevoel. Dit kan ertoe leiden dat een kind zich terug gaat trekken. Het is beter om de positieve interactie tussen de brus en de broer of zus steeds te benadrukken.
  • Beperk de extra zorgtaken en verantwoordelijkheden van de brus: geef waardering voor wat ze doen. Let op voor te hoge belasting van de brus. Als er sprake is van een te grote belasting, kijk dan of je steun vanuit de omgeving in kunt schakelen, bijvoorbeeld de buurvrouw of een grootouder.

Houding:

  • Wees je ervan bewust dat je als ouder een voorbeeld bent voor je kind.
  • Erken dat jouw gezin uniek is. Om je goed te voelen over jouw gezin, is het belangrijk dat je jouw gezin niet vergelijkt met een gezin ‘uit de boekjes’: alle gezinnen hebben hun unieke kenmerken. Erken zowel de leuke als de lastige kanten.
  • Gebruik humor: humor kan relativerend werken. Je kunt bijvoorbeeld een schriftje bijhouden met alle leuke gebeurtenissen. Op moeilijke momenten kun je dit erbij pakken.
  • Betrek de brus bij het nemen van beslissingen en hou de communicatie zo veel mogelijk open. Dit is wel afhankelijk van de leeftijd en inhoud van de beslissing. Het helpt ook als de brus op de hoogte is van de redenen waarom een beslissing genomen is (denk aan uithuisplaatsing).
  • Wees duidelijk naar de brus toe. Probeer duidelijke grenzen te stellen, consequent te zijn en één lijn te trekken.

Informatie:

  • Wees open over wat er met de broer of zus aan de hand is en ga samen op zoek naar informatie.

Vaardigheden:

  • Luister naar de brus: brussen hebben een unieke band met hun broer of zus. Als je luistert naar de brus, leert de brus dat zijn of haar mening ook gewaardeerd wordt.
  • Overleg met de brus of stel vragen als je wilt dat de brus iets voor je doet.
  • Praat met de brus over de toekomst. Over zijn of haar eigen toekomst, die van de familie en die van de bijzondere broer of zus.
  • Geef ondersteuning in de omgang met broer of zus.
  • Geef uitleg dat het soms nodig is om anders met de broer of zus om te gaan en hoe de brus dat kan doen.
  • Leg in concrete situaties uit hoe de brus zijn broer of zus kan helpen.

Samenvatting van advies: Informatie over wat er met de zieke broer of zus aan de hand is, geeft vaak al veel steun Wees open over wat er bij de zieke broer of zus speelt. Vertel bijvoorbeeld wat de zieke broer of zus wel of niet (meer) kan en waarom de zieke broer of zus meer zorg nodig heeft. Over het algemeen vinden alle brussen het fijn als hun ouders bereid zijn antwoorden te geven op vragen die ze stellen. Het is belangrijk om alle informatie regelmatig te herhalen (vooral bij jongere kinderen duurt het even voor de informatie opgeslagen wordt). Let op: mocht je het antwoord op een vraag niet weten, meld dit dan gewoon aan de brus. Ook dat is eerlijkheid/ openheid. Een professional is veelal bereid om niet alleen het zieke kind, maar ook zijn/ haar brussen van de juiste uitleg en informatie te voorzien.

Door informatie te geven (passend bij de leeftijd van de brus) begrijpt de brus beter wat er aan de hand is en dit voorkomt angst en schuldgevoel (!). De kans wordt hierdoor kleiner dat kinderen/ jongeren negatieve of irreële gedachten en verkeerde verwachtingen over het ziektebeeld van hun broer of zus gaan ontwikkelen.
Wil je weten of het goed gaat met je andere kinderen? Ben je op zoek naar extra begeleiding voor een brus? Overleg eens met ons, stel vrijblijvend je vraag. Dat kan door te mailen naar info@xpressiefcoachen.nl.

 

Bronvermelding: GGNet
Afbeelding: Liefs van Annet